VERBOND DER VLAAMSE ACADEMICI vzw
Aangevulde tekst van de toespraak van prof. Matthias E. Storme, algemeen voorzitter VVA, op de Algemene Ledendag van het Verbond
der Vlaamse Academici , 8 maart 1997.
DE TAAK VAN DE INTELLEKTUEEL IN DE HEDENDAAGSE MAATSCHAPPIJ
TUSSEN SCYLLA EN CHARYBDIS VAN RELATIVISME EN UNIVERSALISME.
Waarde vrienden,
Onafhankelijkheid van geest.
“Slechts op dit ene wil ik gaarne roemen, geen enk’le macht te hebben
toebehoord, die ‘t mensenhart houdt voor een koopbaar ding“. Deze
versregel van Wies MOENS geeft mij de mogelijkheid om te verwijlen bij de
onafhankelijkheid van geest, die de eerste opdracht blijft voor elke intellektueel.
Als academici dienen wij ook in deze tijden onze onafhankelijkheid van geest
te bewaren tegenover de macht van het geld, de politieke macht, de mode
en heersende “mening”. Als er iets is waarmee wij te koop mogen
lopen, is het niet te koop te zijn. In onze studie en onderzoek, in ons
beroep dienen wij onze onafhankelijkheid te bewaren, ten aanzien van welke
opdrachtgever ook. In onze overtuigingen dienen we onze onafhankelijkheid
te bewaren tegenover de oprukkende gedachtenpolitie.
Deze onafhankelijkheid betekent vanzelfsprekend niet dat geen inzet gewenst
is, geen dienstbaarheid aan de gemeenschap, dat we cynisch aan de kant moeten
staan. Niet te koop zijn betekent niet dat men weigert zich te engageren,
en elk engagement als verraad te beschouwen aan de hogere idealen, die immers
door de menselijke beperkheid ondanks alle engagement nooit geheel werkelijkheid
worden. Niet te koop zijn houdt niet in dat men zich verschanst in het eigen
gelijk, maar dat de dienstbaarheid aan de gemeenschap steeds gepaard blijft
gaan met een zekere kritische afstand tegenover de machten; te vaak wordt
deze afstand uit eigenbelang opgegeven.
Geen rationalistisch fundamentalisme
Onafhankelijkheid van geest betekent echter geenszins dat wij op maatschappelijk
vlak alles moeten verwerpen wat niet op rationalistische axioma’s berust.
Een maatschappij kan niet gebouwd worden op de rede alleen, en dus niet
op absolute rationele beginselen, maar slechts op waarden en instellingen
die “redelijk” zijn en redelijk kunnen worden verantwoord, zonder
absoluut te kunnen worden gefundeerd. Inzicht krijgen in maatschappelijke
verhoudingen vergt veel studie en ervaring; het vergt ook dat we aanvaarden
dat dit inzicht niet uit absolute beginselen, more geometrico, kan
worden afgeleid. Bij het ontbreken daarvan belandt men vaak in slogans en
fanatisme, zoals bv. vandaag met de zogezegde dierenrechten.
De “deskundigheid” die de intellektueel onderscheidt van de “leek”
kan niet worden gerecuceerd tot een weten more geometrico, maar moet
geworteld zijn in maatschappelijke ervaring en redelijkheid.
Een poging tot definitie van de intellektueel
De mens overstijgt het dier door de onmiddellijke konkrete ervaring van
het dagelijks leven te overstijgen, door te dringen achter het scherm van
die onmiddellijk ervaring, door zijn vermogen tot zingeving, tot symbolizeren,
d.i. betekenis vorm te geven door middel van symbolen, zodat zij kan worden
doorgegeven en verder ontwikkeld. De intellektueel is diegene die meer nood
dan de “leek” die onmiddellijke ervaring, emotie, e.d. overstijgt,
en plaats maakt voor reflektie, bezinning, zingeving. Dit overstijgen van
de ervaring van het volk betekent echter niet het verwerpen ervan, het afbreken
van het kollektief, in symbolen gevat, kultureel erfgoed. Het is integendeel
de taak van de intellektueel de ervaring van zijn volk te representeren,
d.i. op te tillen, begrijpelijk te maken, kortom de betekenis die is ontwikkeld
in de kultuur waarin hij of zij is opgegroeid - en dus het “symbolische(1)
“-, door te geven(2). Aan intellektuelen die hun deskundigheid voor
zich houden of in een geheimtaal opsluiten hebben we geen nood; het laatste
dient trouwens vaak om de afwezigheid van deskundigheid te verbergen.
Negatief intellektualisme
Te veel zogezegde intellektuelen blinken meer uit in het vernielen van zingeving
en betekenis dan in het inzichtelijk maken en verder ontwikkelen ervan.
Teveel zogezegde intellektuelen lijken alleen nog in staat te zijn om ons
maatschappelijk weefsel verder af te breken, wellicht omdat ze zelf niet
in staat zijn de betekenis van vele zaken in te zien en ze dan maar reduceren
tot produkten van historische machtsverhoudingen. In die kringen moet heel
onze etische traditie eraan geloven, en wordt ze vervangen door enkele fanatiek
beleden absolute beginselen, zoals bv. de niet-diskriminatie.
Ik kan het niet nalaten een recent voorbeeld van dergelijke “politiek
korrekte” onzin aan de kaak te stellen: de traditie dat het kind de
naam van de vader draagt wordt gezien als het produkt van een patriarchale
maatschappij, waarin de mannen de vrouwen onderdrukten. De eigenlijke betekenis
van de “patroniem” is natuurlijk een heel andere : het is een
revolutionaire “uitvinding” geweest van de vrouwen om de vaders
aan hen en hun kinderen binden door middel van een éénheid
van naam. Dit veronderstelt natuurlijk enig antropologisch inzicht … Uit
die traditie kan men natuurlijk niet afleiden dat dit noodzakelijk eeuwig
zo moet blijven; er kunnen goede gronden zijn om de traditie te wijzigen.
Zo zou men bv. tot het besluit kunnen komen dat verlating van kinderen door
moeders een even groot vraagstuk is als verlating door vaders, en dat het
gebruik van de dubbele familienaam daaraan zou kunnen verhelpen. Er kunnen
dus redenen zijn voor verandering; enkel is het diskriminatie-argument het
zwakst mogelijke argument daarvoor. Dat soort pseudo-deskundigheid hebben
we geenszins nodig.
Modellen van de intellektueel
Nu wil ik niet ontkennen dat dit negatief intellektualisme wel verband houdt
met bepaalde modellen van “de” intellektueel. In The intellectuals
and the powers onderscheidde E. SHILS(3) meerdere intellektuele tradities,
waaronder ook de sciëntistische - die de “traditie” zelf
verwerpt. Anti-autoritair, maar toch ook weer een traditie vormend, is de
bohémien, die de nadruk legt op de hoogstindividuele kreativiteit.
De waardering daarvoor wordt gedeeld met de romantische traditie, die echter
het kollektieve, de gemeenschappelijke kultuur (oorsprong en kulturele onderbouw
van een volk), sterker waardeerde. Er is ook de revolutionaire intellektueel,
vaak eschatologisch gemotiveerd. Sommigen van hen zagen het einde der tijden
naderen (millenarianisme) en werden asceten, anderen predikten de aardse
revolutie en vervielen vaak in etisch fanatisme (sommige protestantse stromingen
bv.). Een andere variante op de romantische intellektueel is dan weer de
populistische, die de gezonde volkskultuur ophemelde tegenover de spitsvondigheden
van de aristokratie. Er zijn zelfs anti-intellektuele intellektuele tradities,
zoals het fideïsme (alleen geloof kan u redden, teveel intellektuele
analyse maakt alles kapot).
Maar aan welke intellektueel heeft onze tijd nood ? Wat is de Beruf unserer
Zeit (roep van onze tijd) ? Wij hebben niet op de eerste plaats intellektuelen
nodig die overal hun “mening” over verkondigen, maar mensen die
hun verantwoordelijkheid nemen, wat zowel kritische afstand tegenover als
medewerking aan het beleid vereist. We hebben meer bepaald intellektuelen
nodig die 1° open staan voor betekenis (zingeving), zich deze eigen
maken en doorgeven - een eeuwige taak van de intellektueel - en 2°
het maatschappelijk weefsel schragen en de gemeenschapsvorming, de ware
“politiek” (het goede beleid) mogelijk helpen maken - een meer
tijdsgebonden taak wellicht.
Doorgever van betekenis
Het is inderdaad een taak van de intellektueel, in alle tijden maar zeker
vandaag, om het “impliciet verstaan van die verankerde betekenissen
te beschermen tegen de ondermijnende rol van vage abstrakties“(4)
. Hij of zij moet de overlevering inzichtelijk maken, maar dat betekent
natuurlijk niet dat datgene waarin men desondanks geen inzicht heeft gekregen
waardeloos is, dat alleen een transparant weten redelijk is. Om de overlevering,
het kultureel erfgoed in ruime zin inzichtelijk te maken, om ze te kunnen
vernieuwen ook, dienen wij ons dit erfgoed eigen te maken. Dit vergt veel
inspanning en studie, waaruit een persoonlijke syntese groeit, die wij op
onze beurt kunnen overleveren aan de gemeenschap en volgende generaties.
Arme intellektueel evenwel, die alleen maar doorgeeft wat hij volledig heeft
doorgrond, die niet mee overlevert wat hem of haar overstijgt : deze is
juist géén intellektueel, maar een “leek”. Ons denken
is een herdenken, waarbij wij niet elke gedachte beheersen, niet alle betekenis
van nul af kunnen opbouwen. Ook wat wij niet zelf hebben gedacht en geschapen,
ja vooral datgene wat we zelf ontvangen hebben dienen wij door te geven
aan de volgende generaties. In zekere zin bestaat onze taak als intellektueel
vandaag erin om de sekularizatie in ruime zin - die onze kultuur teistert
- te stoppen, om terug zin te leren zien in datgene wat ons ten dele overstijgt,
dagene wat niet tot enkele gemakkelijke axioma’s kan worden herleid. De
sekularizatie stoppen begint met te erkennen dat er iets is dat onze gemeenschap
(op verschillende niveau’s) konstitueert, en dus deze gemeenschap overstijgt.
Men kan dit ook het “heilige” noemen, het helende, dat op het
ge-heel betrekking heeft. De stichting van een gemeenschap vormt steeds
een sprong in de tijd - dit gaat in tegen de sekuliere idee dat de tijd
homogeen en eendimensioneel is -. Elke stichting is een poging om de chaos
om te zetten in orde, of altans de orde van de natuur te overstijgen door
een orde van zingeving. Een gemeenschap houdt zichzelf verder in stand door
“stichtende” gebeurtenissen te herdenken en te her-denken.
Zingeving en partikularisme.
Deze tradities zijn natuurlijk partikuliere tradities, geen algemeen geldende,
universele waarheden. Maar elke zingeving geschiedt noodzakelijk vanuit
een bepaalde, dit is dus een partikuliere, en geen universele, traditie
(overlevering)(5). Slechts wie in een partikuliere traditie staat, zich
deze eigen heeft gemaakt, is in staat deze te her-denken, te vernieuwen
vanuit haarzelf, en is in staat om ook andere tradities te leren begrijpen,
ja mogelijks betekenissen uit andere partikuliere tradities in de eigen
traditie te integreren. Slechts wie een kulturele eigenheid heeft verworven,
kan andere kulturen leren begrijpen : “de rustige zekerheid deel
uit te maken van een kultuur die berust op door de traditie gedragen waarden
en normen is een voorwaarde voor onbevangen en open kennismaking met andere
culturen“(6).
Daarom kan en mag opvoeding niet multikultureel zijn, wanneer dit zou betekenen
dat men zich niet meer een welbepaalde kultuur eigen maakt, dat men niet
meer in een partikuliere traditie wordt “gebildet” (Bildung) -
en dit is voor ons nog altijd de kultuur van het kristelijke avondland,
d.w.z. een kultuur die mede - niet uitsluitend ! - door de kristelijke religie
vorm heeft gekregen(7). Slechts wie zich de kultuur van zijn volk voldoende
eigen heeft gemaakt, daarin voldoende is ingeleefd, daarin voldoende handigheid
heeft verworven, kan ook inter-kultureel gaan leren en omgaan met andere
kulturen (d.w.z. ervaringen uit één kultuur gaan ver-talen
door ze in een andere in te passen, niet door ze letterlijk over te nemen,
maar door na te gaan hoe dezelfde gedachte in een wellicht andere vorm in
die andere kultuur zin kan hebben). Wie geen moedertaal heeft, kan geen
andere talen goed leren. Wie geen vaderland heeft, kan andere landen niet
in hun eigenheid begrijpen. “Men kan de rechten van de andere kulturen
niet geloofwaardig verdedigen, zolang men de eigen tradities verwerpt“(8).
Wederzijds respekt voor de andere veronderstelt bereidheid te leren van
elkaar, maar veronderstelt ook dat de ene noch de andere wordt gedwongen
om zijn kulturele eigenheid op te geven omwille van een zogezegde politieke
inkorrektheid. Het is slechts doorheen de partikuliere vormen, en niet door
de verwerping ervan, dat men tot universeel menselijke waarden kan doordringen.
Het is helemaal géén “trahison des clercs“
wanneer intellektuelen zich in dienst stellen van hun volk, van een partikuliere
kultuur. De intellektueel moet weliswaar de partikuliere ervaring van zijn
volk overstijgen, maar om dat te kunnen dient hij daarin geworteld te blijven,
in plaats van deze te minachten(9).
Tolerantie, geen permissiviteit.
Het omgekeerde, dat wel eens onder het mom van multikulturalisme wordt beleden,
heeft niets te maken met pluralisme, maar integendeel met de homogenizering
en gelijkschakeling van de mens. En dit gevaar kent twee fazen. In een eerste
faze - de tweede komt straks aan bod - wordt aan een gemeenschap het recht
ontnomen om binnen de eigen gemeenschap, in eigen land, zijn waarden boven
die van anderen te stellen, zijn wetten te doen gelden voor al wie van de
voordelen van die gemeenschap wil genieten (door erin te verblijven of op
een andere wijze). De kollektieve aanspraken van de volkeren worden ont-eigend,
de legitimiteit van kollektieve waarden wordt bestreden. Onder het mom van
de gelijkwaardigheid van kulturen wordt eenieder verplicht alles te dulden(10).
Elke gemeenschap wordt verplicht om alle “samenlevingsvormen”
- in enge zowel als in ruime zin - ook op eigen grondgebied gelijkwaardig
te achten(11). Ware tolerantie - die steeds inhoudt dat er een verschil
is in waardering tussen wat tolereert en wat getolereerd wordt - wordt
vervangen door loutere permissiviteit. Zo komen we terecht in een wereld
die één globale zelfbedieningsmarkt is van waarden, waaruit
ieder eklektisch zijn cocktail kan samenstellen. Wij aanvaarden alleen nog
een bepaalde opvatting - niet de enig mogelijke - van mensenrechten, die
er uiteindelijk op neerkomt dat elke beperking van de individuele willekeur
als ondraaglijk wordt aangevoeld(12). Dat leidt tot kollektief narcisme(13),
waarbij men voortdurend à la carte leeft en weigert zich te
vereenzelvigen met een groep met een samen-hangende waarden-schaal. Dit
is sekularizatie in de meest ruime betekenis van het woord.
Respekt voor andere kulturen en andere meningen
Respekt voor de waarde van partikuliere tradities, ja aanvaarden dat een
traditie altijd partikulier is, mag niet worden verward met volslagen relativisme,
met individuele willekeur. Het feit dat onze waarheid beperkt is door de
traditie in de schoot waarvan ze is ontdekt, is helemaal niet hetzelfde
als “ieder zijn waarheid”. Dat waarheid steeds binnen een bepaalde
kultuur is ontdekt en daardoor gekleurd wordt, en dat verschillende kulturen
dan ook verschillende facetten van de waarheid ontdekken, betekent helemaal
niet dat de waarheid willekeurig is en dat elke willekeurige opvatting van
elk willekeurig individu even waar zou zijn als de uit een transgenerationele
ervaring ontsprongen waarheid. Het betekent ook niet dat elke kultuur zich
op hetzelfde nievau van ontwikkeling bevindt, en de “wetenschap”
van welke stam of kliek ook dus even waar zou zijn als de wetenschap die
sommige kulturen, zoals de onze, door eeuwenlange inspanningen hebben verworven(14).
Dat de wetenschap van onze kultuur slechts een deel van de waarheid is,
betekent nog altijd dat ze een deel is van dé waarheid, en niet “een”
waarheid naast vele andere(15).
Gelijkaardige beschouwingen gelden voor respekt op persoonlijk, individueel
vlak. Eerbied voor andersdenkenden is iets heel anders dan indifferentie,
betekent helemaal niet dat alle meningen gelijk(waardig) zijn. Dat laatste
houdt integendeel in dat men de andere volkomen negeert, want zijn mening
wordt niet hoger geacht dan die van gelijk welke idioot. Respect moet men
betuigen voor meningen en gedragingen die een betekenis hebben in de kontekst
van een menselijke kultuur, niet voor meningen die slechts de uitdrukking
zijn van individuele willekeur.
Respekt voor de anderen vereist overigens op de eerste plaats zelfrespekt,
want men respekteert de andere niet als men hem niet respekteert in zijn
eigenheid, wat veronderstelt dat men zelf ook een eigenheid heeft.
Maatschappelijk weefsel schragen
Tolerantie vereist aldus dat men onderscheidt tussen het zinvolle en het
zinloze, en dit is de eerste taak van de intellectueel. De tweede taak vandaag
betreft zoals gezegd het schragen van het maatschappelijk weefsel. Deze
taak is meer tijdsgebonden : in bepaalde tijden was er wellicht meer nood
aan het prediken van een zeker individualisme. Vandaag echter is er terug
nood aan gemeenschapsvorming. Zoals de zingeving gefragmenteerd geraakt,
wat de negatie is van zingeving, zo geraakt ook de maatschappij gefragmenteerd,
wat de negatie is van gemeenschap. Het vervallen van eeuwenoude zekerheden,
rond leven en dood, werk en zingeving, heeft het individualisme te sterk
doen toenemen en daarmee geleid tot ontbinding van het maatschappelijk weefsel.
Daartegenover is het onze taak om het maatschappelijk weefsel te schragen,
op de eerste plaats in de “burgerlijke maatschappij”, waar ook
de wortels van de demokratie liggen (16) : het verenigingsleven, de schoolgemeenschap,
de kerkgemeenschap, het buurt- en welzijnswerk, en dergelijke, en last
but not least de familie. Elk van deze kringen heeft zijn eigen vrijheidsruimte
nodig. Zo enerzijds een zekere mate van demokratie in de kringen van de
burgerlijke maatschappij wellicht is na te streven, dan kan anderzijds het
beginsel van non-diskriminatie nooit een geldige maatstaf zijn voor het
leven in deze kringen. Wij moeten strijden tegen de heersende stroming
om 1° overal diskriminaties te zien en 2° aan individuen steeds
meer absolute rechten toe te kennen waarmee het maatschappelijk leven, en
dus uiteindelijk ook de demokratie, onmogelijk wordt gemaakt (bijvoorbeeld:
de overdreven privacy-wetgeving). De kringen van de burgerlijke maatschappij,
die kleinere gemeenschappen, staan in hun eigen “recht”, en dienen
dus vrij te blijven van rechtsregels die slechts binnen de politieke gemeenschap
gelding kunnen hebben. Daarmee samenhangend is het nodig om de maatschappelijke
deelfunkties terug meer binnen binnen de grenzen van hun domein te houden,
waar nu elke funktie de andere overspoelt - met als gevolg een overjuridizering
én overpolitizering eén overkommercializering én overmediatizering
…
Partisan tolerance en de terreur der politieke korrektheid
Het gevaar wordt nog groter in de tweede faze, die reeds is aangebroken.
Na de ont-eigening, de permissiviteit, het eis-tijdperk, komt de tweede
faze : die van de omgekeerde diskriminatie, de partisan tolerance,
de political correctness. Nadat men de volkeren heeft verboden om
hun eigen mensbeeld, hun eigen waardenschaal, hun eigen moraal te hanteren
tegen het “alles moet kunnen”-relativisme, worden een nieuw mensbeeld,
een nieuwe waardenschaal, een nieuwe moraal exklusief opgelegd : een atomistische
en egalitaire moraal die slechts treeft naar de totale homogenizering en
gelijkschakeling van de mens. In deze “pensée unique“
wordt aan “grondrechten” een heel andere betekenis gegeven dan
deze van de konkrete en zeer waardevolle grondrechten die onze kultuur heeft
ontwikkeld. Het gaat niet meer om klassieke vrijheidsrechten tegen de staat,
en zelfs niet meer om zgn. sociale grondrechten jegens de staat (zoals bv.
recht op huisvesting), maar om een in grondrecht verkleed repressie-apparaat.
Het zogezegde grondrecht op gelijke behandeling heeft niets te maken met
een toename van vrijheid, maar is slechts het masker van dat repressie-appparaat.
Vrijheid vereist immers een ruimte waarbinnen men niét tot gelijke
behandeling is verplicht, waarbinnen men het recht heeft om zijn eigen keuzes
te maken in plaats van die van de ideologen der gelijkheid. Tegen die vrijheid
voert de nieuwe moraal repressie. Op grond van het non-diskriminatiebeginsel
diskrimineert de partisan tolerance tussen de “korrekten”, dit
zijn de egalitaristen, en de “inkorrekten”, diegenen die de permissiviteit
en het egalitarisme niet aanvaarden : tegenover hen geldt de tolerantie
niet meer. De intellektuele terreur van de politieke korrektheid “diabolizeert”,
zaait verdeeldheid binnen een volk, zet leden van éénzelfde
gemeenschap tegen elkaar op. Zo ontstaat er een etisch absolutisme, dat
de traditionele religies en kulturen slechts zelden hebben beoefend.
Behoedt U voor de zuiveren
Behoedt U voor hen die streven naar etnische zuiverheid, die de identiteit
van het geheel verwarren met de afkomst van de afzonderlijke bestanddelen(17),
en ook elementen van vreemde oorsprong die wél integreren verwerpen(18).
Behoedt U evenzeer voor de hen die streven naar morele zuiverheid: zij zijn
nog gevaarlijker, omdat zij er zich niet toe beperken een bestaande gemeenschap
of traditie te willen bewaren, maar hun “zuivere ideeën”
van hoe de mens zou moeten zijn, hun universalistische visie op de mens
in abstracto, aan de konkrete mensen van vlees en bloed willen opleggen,
en wel aan alle mensen, desnoods met de meest totalitaire middelen, zoals
de geschiedenis van het “real existierender Sozialismus“
heeft geleerd. Waar de etnische zuiveraars mensen verbannen omdat zij niet
van het zuivere ras zijn, willen morele zuiveraars mensen uitschakelen omdat
zij geen zuivere maar een volgens hen “inkorrekte” mening zouden
hebben(19). Indien ons land, onze kultuur gezuiverd zou zijn van alle elementen
van vreemde oorsprong, er zou niets van overblijven(20). Indien ons land,
onze kultuur, gezuiverd zou zijn van alle door de morele zuiveraars onzuiver
geachte gedachten, er zou van de mens van vlees en bloed evenmin iets overblijven.
Totalitaire gevaren
Verzet U dus tegen al wie “onzuivere” gedachten en meningen willen
verbieden, tegen al wie de tolerantie willen beperken tot wat zijzelf korrekt
vinden. De vrijheid van meningsuiting is per definitie de vrijheid om een
andere mening te hebben dan de heersende, om een mening te hebben die door
de heersende mening inkorrekt wordt geacht. Laat U niet afdreigen door groot-inquisiteurs
die de Grondwet selektief lezen, die iedereen willen bestraffen die zich
inzet voor de wijziging van de Grondwet tegen hun ideeën in, maar zelf
ijveren voor wijziging van andere bepalingen van diezelfde grondwet. Eenieder
heeft het recht om met wettige middelen te ijveren voor een wijziging van
ons grondwettelijk bestel. Laat U niet afdreigen door zij die een kadaverloyauteit
aan hun Grondwet willen, een post-nationaal “Verfassungspatriotismus“
en ons het recht ontzeggen loyaal te zijn aan ons volk en daartoe de grondwet
te willen wijzigen. Wij weigeren dit keurslijf dat aan de volkeren wordt
opgelegd, en waarbij zij die de mond vol hebben van strijd tegen de uitsluiting
leden van eenzelfde gemeenschap tegen elkaar opzetten enkel en alleen omwille
van andersdenkendheid(21). Wanneer wij een welbegrepen nationalisme verdedigen
tegen deze gedachtenpolitie, dan is het ook omdat het nationalisme zich
verzet tegen de uitsluiting van andersdenkenden, omdat nationalisme inhoudt
dat men precies ook met andersdenkenden binnen een gemeenschap moet kunnen
samenleven, in plaats van die andere mening als inkorrekt uit te roeien.
Wanneer wij het nationalisme verdedigen tegen de globalizering en het fundamentalisme
van de non-diskriminatieridders, dan is het ook omdat het nationalisme een
verantwoordelijkheid inhoudt voor de hele gemeenschap, en dus voor elk lid
van die gemeenschap, ook en vooral voor die mensen die niet meekunnen met
de kosmopolitische, geglobalizeerde, “multikulturele” maatschappij,
voor de slachtoffers van het a-nationale wereldkapitalisme, dat aan elke
demokratische kontrole ontsnapt, de mensen die met een knip van hun werk
of hun leefwereld worden beroofd en opgeofferd aan multinationale geldelijke
belangen(22).
Stop daarom het opofferen van de partikuliere kulturen aan de steeds verder
oprukkende gelijkschakeling van de mens. Stop de afbraak van konkrete rechten
en vrijheden omwille van universele abstrakties. Geef de voorkeur aan het
recht van de mensen (in het meervoud) boven de steeds zinlozer wordende
rechten van “dé mens”, dat zielloze, abstrakte wezen zonder
vlees en bloed. Wanneer de mens van zijn partikuliere kultuur is beroofd,
wordt hij een gewillig radertje in de machinerie van de macht en van het
wereldkapitaal. Het vernielen van kulturele tradities en betekenisgoed leidt
tot de volkomen uitwisselbaarheid van iedere mens door een andere, tot de
totale Mobilmachung(23), en dus tot de waardeloosheid van elke individuele
mens. Nu aan de verwoestingen van het kommunisme minstens een Europa een
einde is gekomen, dient dit nog slechts een wereldkapitalisme dat de mens
tot verbruiker herleidt en zijn hele leefwereld kolonizeert en kommercializeert.
Elke mens en elke kultuur verkrijgt waarde precies door zijn niet-uitwisselbaarheid,
zijn partikulariteit, zijn ongelijkheid. Mag ik verwijzen naar 1. Korintiërs
12, 12 v., waarin dit aspekt duidelijk tot uiting kwam : alle organen hebben
hun rol te spelen in het lichaam, en het ene kan niet zonder het ander.
Solidariteit tussen de leden van éénzelfde gemeenschap is
wezenlijk; maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle leden van die gemeenschap
gelijk zijn, dezelfde rol spelen, dezelfde “rechten en plichten”
hebben.
Demokratie v. mensenrechten
Laat U niet misleiden door de verdraaiing van het woord demokratie, door
de verderfelijke Newspeak die anti-egalitair gelijkstelt met anti-demokratisch.
Demokratie vereist dat de leden van een gemeenschap “deel hebben”
aan die gemeenschap, eraan participeren. Hoever die participatie moet gaan,
of zij vooral een politieke participatie is, dan wel een ekonomische, daarover
kan men van mening verschillen. Demokratie vereist verder dat machtswisseling
steeds mogelijk blijft, zodat de minderheid van vandaag de meerderheid van
morgen kan zijn, en de meerderheid in de oppositie kan belanden - vandaar
dat een staat waarin er een dergelijke breuklijn is dat er geen vlottende
massa meer is om de meerderheid te doen kantelen, bv. een kulturele of etnische
breuklijn, zoals in België, als demokratie onmogelijk kan overleven
-. Anti-demokraten zijn niet diegenen die proberen een meerderheid binnen
een gemeenschap voor hun overtuiging te winnen, maar diegenen die het meerderheidsbeginsel,
krachtens hetwelk nu eens de ene opvatting het haalt en dan weer de andere,
willen vervangen door hun moraal. Demokratie is wel degelijk iets anders
dan nieuwe opvatting over mensenrechten die men ons opdringt, en waarin
deze rechten er niet meer toe strekken een ruimte van vrijheid binnen de
gemeenschap te scheppen (klassieke vrijheidsrechten), en zelfs niet meer
om een billijk aandeel in de zeggenschap en in de rijkdom van de gemeenschap
te verschaffen (klassieke politieke rechten c.q. bepaalde sociaal-ekonomische
rechten), maar om zich van de gemeenschap en haar verplichtingen af te schermen
(het misbruik dat van het recht op privacy wordt gemaakt) en tegelijkertijd
een gelijke behandeling te eisen met of zelfs positieve diskriminatie tegen
diegenen het gemeenschappelijk erfgoed in stand willen houden en doorgeven(24).
Zo stevenen wij af op steeds meer totalitaire anti-diskriminatiewetten.
Zij hebben niets met demokratie te maken, maar zijn er in tegendeel de negatie
van.
De liberaaldemokratische rechtsstaat in de botsing der beschavingen
Laat U dan ook niet zwartmaken, noch kulpabilizeren. Het intellektueel terrorisme
van vandaag bestaat erin dat men niet probeert de argumenten te weerleggen,
maar wel de auteur ervan te diskrediteren(25). Vlaanderen heeft van niemand
lessen te leren in eerbied voor andere kulturen; wij hebben helemaal geen
behoefte aan een kollektief schuldkompleks opgedrongen door sympatizanten
van totalitaire ideologieën van wie wij evenmin lessen in demokratie
hebben te krijgen. Verhoudingen tussen kulturen kunnen overigens niét
worden beoordeeld in termen van recht of onrecht, want die hebben slechts
betekenis binnen een bepaalde kultuur. Verhoudingen tussen beschavingen
kunnen slechts worden begrepen in termen als vriend en vijand, oorlog en
vrede, ruil en autarkie. Onderschat de huidige én komende botsing
van beschavingen niet(26). De pseudo-waarden die de morele zuiveraars bij
ons universeel noemen, en als stok gebruiken om andersdenkenden te slaan,
zijn niet universeel in andere beschavingen. Natuurlijk zijn er universeel
menselijke waarden, maar de vormen waarin die waarden bloeien zijn kultureel
bepaald. Natuurlijk zijn de leiders van een volk verantwoording verschuldigd
over het behoud van rechten en vrijheden, maar die verantwoording zijn zij
aan de burgers verschuldigd, niet aan zelfbenoemde morele zuiveraars die
zich de plaats van God aanmatigen. De vrijheid van de liberaaldemokratische
rechtsstaat is een niet vanzelfsprekende verworvenheid van de beschaving
van het avondland en kan slechts in stand worden gehouden door die europese
beschaving zelf in stand te houden, en niet te laten overheersen door andere
beschavingen die de liberaal-demokratische rechtsstaat en zijn rechten en
vrijheden niét erkennen. Het behoud van de westerse demokratie vereist
het behoud van grenzen, territoriale zowel als etische.
Het is een truïsme te stellen dat er een evenwicht nodig tussen de
belangen van het individu en die van de gemeenschap. Maar de belangen van
het individu worden het meest gediend doordat hij de vrijheid krijgt om
binnen de grotere gemeenschap, de natie, kleinere gemeenschappen in stand
te houden en te vormen op uiteenlopende grondslag. Deze vrijheid is begrensd
door de “grenzen” - in geografische én in morele zin -
waarbinnen die grotere gemeenschap zich heeft gekonstitueerd en die noodzakelijk
zijn voor haart voortbestaan.
Nationalisme en demokratie
Laat U niet van de wijs brengen door het schelden op het nationalisme. Vergeet
nooit dat nationalisme niet het tegendeel is van internationalisme, maar
van imperialisme(27), van de weigering om te erkennen dat elk volk recht
heeft op zelfbeschikking. Vergeet niet dat de eerste voorwaarde voor vrede
erin bestaat dat er territoriale grenzen zijn, grenzen waarbinnen elke gemeenschap
zijn eigen lot in handen mag nemen.
Een versterking van de demokratie, zowel als een openheid voor andere kulturen,
kan onze bescha-ving wapenen voor de uitdagingen van de toekomst. Maar daarnaast
is ook een versterking van het maatschappelijk weefsel nodig, een voldoende
(natuurlijk niet : een volstrekte) kulturele homogeniteit(28), een verzorgen
en verderontwikkelen van de eigen traditie. Multikultuur als normatief begrip
of post-nationaal denken kunnen onze demokratie niet redden, maar ze integendeel
tot een gewillige prooi van ondemokratische machten maken. Wanneer er geen
voldoende homogeniteit is, dan kan de demokratie uiteindelijk ook inwendig
niet overleven : ofwel wordt het een diktatuur van de meerderheidsgroep
tegen de minderheidsgroep, ofwel geraakt de staat in een toestand van immobilisme,
zoals wij vandaag in België kunnen vaststellen. Het nationalisme is
geen anachronisme van de (post)moderne maatschappij, maar integendeel een
noodzakelijke kompensatie ervan :
“Eine moderne Gesellschaft ist eine anonyme Massengesellschaft,
in der Arbeit semantisch und nicht körperlich ist und in der die Menschen
effektives ökonomisches und politisches Bürgerrecht nur beanspruchen
können, wenn sie die Sprache und Kultur der sie umgebende Bürokratien
zu benutzen verstehen. Die sozioökonomischen Prozesse, die zur Errichtung
einer liberalen Konsumgesellschaft im Westen beitrugen haben auch den Nationalismus
hervorgebracht, denn die Menschen können ein angenehmes Leben nur in
politischen Einheiten führen, die sich der Aufrechterhaltung derselben
Kultur wie der ihren angelegen sein lassen”(29).
Een voldoende homogeniteit om een natie te vormen veronderstelt niet noodzakelijke
een “etnische” homogeniteit, maar wel een kulturele homogeniteit.
Het etnische element kan daarbij een rol spelen, maar het is niet het enige.
Het geloof in éénzelfde grondwet daarentegen, het zgn. Verfassungspatriotismus,
dat bij ons ook in rood-groene kringen opgeld maakt , en in Frankrijk onder
“republikeinse waarden” wordt begrepen, kan die voor de ontwikkeling
van de gemeenschap vereiste homogeniteit niét brengen. Een gemeenschap
vormt men niet alleen met zijn verstand en geldbuidel, maar ook en vooral
met zijn hart en zintuigen. Zusammengehören heißt zunächst
sich zusammen hören (31) : samenhorigheid veronderstelt dat men
bij voorkeur letterlijk, maar minstens figuurlijk dezelfde taal spreekt.
Vlaanderens plaats in de wereld
Daarom moet de taalgemeenschap het belangrijkste politieke niveau blijven,
moet de soevereiniteit van taalgemeenschappen erkend worden. Daarnaast kan
de samenhorigheid ook op andere gemeenschappelijke waarden en symbolen berusten,
zodat bv. ook op europees niveau een zekere gemeenschap mogelijk is en gemeenschappelijke
strukturen wenselijk zijn. Maar ook binnen een gemeenschappelijke beschaving
zoals die van het avondland dient aan de verschillende naties een voldoende
soevereiniteit te worden gegund. Zo moet binnen de europese gemeenschap
van naties ook Vlaanderen zijn plaats als soevereine natie terug innemen.
De geboorte is nabij. Vandaag kunnen wij met zelfvertrouwen zeggen, niet
enkel in de felle gebiedende wijs, maar zelfs in de indikatief : Vlaanderen
wordt Staat. Open voor verrijking door andere kulturen zal Vlaanderen zijn
erfgoed her-denken, maar ook herdenken en instandhouden. Dat is niet alleen
een eis van vrede, het is ook een eis van welvaart en van goed bestuur.
Doch dat alles wil niet zeggen dat daarom de romantiek van de natie niet
ook zou mogen meespelen. Zonder de romantici zouden de no-nonsense-flaminganten
- die we ook nodig hebben, niet staan waar ze staan.
Wij blijven ijveren voor een demokratisch Vlaanderen, een ruimte van vrijheid
waar het goed is om te leven, wars van alle totalitarisme, en blijven vechten
tegen de intellektuele terreur van de gelijkheidsideologie en de reduktie
van de partikuliere mens tot een radertje in de machine van de globalizering.
Ik heb gezegd.
(1) Het symbolische” is immers alles wat verwijst naar een betekenis
(zingeving) die het symbool zelf overstijgt.
(2) Vgl. E. SHILS, The intellectuals and the powers,
University of Chicago Press 1972, 3 v.
(3) E. SHILS, The intellectuals and the powers, University of Chicago
Press 1972, 18 v.
(4) A. BURMS, Rationele kritiek en intellectuele
verdwazing
(5) Vgl. ook H. de DIJN, “De intellectueel is dood. Leve de intellectueel”,
in Onze Alma Mater 1996 nr. 1, p. (135) 143. Over het begrip
traditie in het algemeen, zie E. SHILS, Tradition, Faber & Faber
1981 (331 pp.). Over traditie in een veeleer religiueze zin zie o.m. Leopold
ZIEGLER, Überlieferung (1936); J. PIEPER, Über den
Begriff der Tradition, Arbeitsgemeinschaft für Forschung
des Landes Nordrhein-Westfalen, Opladen 1958.
(6) L. BEHEYDT, “Nederlandse cultuur geeft Europa meer kleur”,
de Standaard 9-1-1997.
(7) Dit betekent natuurlijk niet dat daarin voor niet-kristenen geen plaats
is, wel dat het absurd is de kristelijke bijdrage tot onze kultuur te willen
ontkennen of uitroeien.
(
L. ABICHT, Identiteit in interculturele samenleving, De Prince 1996
(9) “Werelderfgoed” is immers toch altijd erfgoed dat geworteld
is in een bepaalde kultuur. Eenheidsworst wordt nooit erkend als werelderfgoed.
(10) Het hier geuite bezwaar is natuurlijk niet gericht tegen de kennismaking
met allerlei facetten van andere kulturen, gaande van taal over muziek en
kunst tot keuken en folklore, kennismaking waarbij echter geenszins gevraagd
wordt om de gedragsregels die bij ons gelden terzijde te stellen, en waardoor
ook de eigen kultuur niet echt wordt bedreigd, maar integendeel meestal
juist verrijkt. Vaak blijft dat overigens bij een zeer oppervlakkig “multikulturalisme”,
dat meer met exotisme van doen heeft, soms met werkelijke intellektuele
interesse voor andere volkeren.
(11) Opnieuw is het goed mogelijk dat er goede redenen zijn om bepaalde
gedragingen en samenlevingsvormen vandaag anders te behandelen dan in het
verleden, en kan het ook zijn dat dit inzicht rijpt door kontakt met andere
kulturen; doch opnieuw is de (non-)diskriminatie het zwakst mogelijke argument
voor verandering.
(12) Zie H. de DIJN, Hoe overleven we de vrijheid,
Pelckmans Kapellen 1993, p. 25-27
(13) A. BURMS & H. DE DIJN, De rationaliteit en haar
grenzen, 17 v. Vgl. ook L. HUYSE, De politiek voorbij,
39 v.
(14) Deze laatste opvatting vinden we typisch bij allerlei anti-westerse
ideologieën, ook bij westerse intellektuelen zelf. Voor de kritiek
hierop zie - onderling daarom niet op dezelfde golflengte - onder meer A.
FINKIELKRAUT, La défaite de la pensée, Parijs 1987;
T. LEMAIRE, Twijfel aan Europa. Zijn de intellectuelen de vijanden
van de Europese cultuur ?, Ambo Baarn 1990 (en eerder Over de waarde
van kulturen : tussen europacentrisme en relativisme, Ambo Baarn 1976);
A. RESZLER, L’intellectuel contre l’Europe, Parijs 1976.
(15) Zie verder in dit verband K. ELST, “Tegen het cultuurrelativisme”,
Nucleus juni 1996, p. 6.
(16) Zie hierover in het bijzonder Zie F. FUKUYAMA, Trust. The
social virtues and the creation of prosperity, uitg. Penguin Books 1996;
R.D. PUTNAM, Making democracy work: Civic traditions in modern Italy,
Princeton U. press 1993.
(17) De vraag in welke mate de identiteit van het geheel kan bewaard blijven
ondanks wisseling van alle delen, hield de oude Grieken reeds bezig aan
de hand van het beeld van de boot van Theseus. Zie bv. S. FERRET, Le
bateau de Thésée, Le problème de
l’identité à travers le temps, Ed. Minuit
Paris 1996.
(1
Legitiem daarentegen is natuurlijk wel het streven naar het behoud
van de eigen identiteit im großen und im gansen.
(19) Zie in dit verband ook P.A. TAGUIEFF, Les fins de l’antiracisme,
Michalon 1995.
(20) Een visie op de romeins-kristelijke kultuur als precies diegene die
niet pretendeert oorspronkelijk te zijn, maar integendeel op andere, oudere
kulturen voort te bouwen, vinden we bij R. BRAGUE, Europe, la voie
romaine, Criterion Parijs 1992.
(21) Vgl. J.M. DOMENACH, “La suspicion rétroactive”, in
Catholica 1995, (57) 60.
(22) Dat de ontkenning van de nationale identiteit in de kaart speelt
van het multinationale kapitaal, dat zo weinig mogelijk demokratische kontrole
op zijn ongestoorde akkumulatie wenst, betoogt L. ABICHT, De herinnering
is een vorm van hoop, uitg. Wij Brussel 1997, 21.
(23)) Zie hierover P. SLOTERDIJK, Eurotaoismus, Suhrkamp Frankfurt
1989.
(24) Zie in dit verband ook Ch. TAYLOR, De politieke cultuur van de
moderniteit, Kok / Pelckmans 1995, p. 26 v.; F. FUKUYAMA, Trust,
p. 353 besluit terecht dat “Modern liberal political and economic
institutions not only coexist with religion and other traditional elements
of culture but many actually work better in conjunction with them“.
(25) J.M. DOMENACH, “La suspicion rétroactive”, in Catholica
1995, (57) 58.
(26) Zie S. HUNTINGTON, The clash of civilizations and
the remaking of world order; P. SLOTERDIJK, Im selben
Boot. Versuch über die Hyperpolitik, Suhrkamp
Frankfurt 1993, p. 57.
(27) Vgl. H. de DIJN, “De intellectueel is dood. Leve de intellectueel”,
in Onze Alma Mater 1996 nr. 1, p. (135) 139, en de ook door
hem geciteerde A. FINKIELKRAUT, “Eloge des frontières”,
in Van wereldburger tot bange blanke man. Stelde ook
GANDHI niet dat “to be an internationalist, one first
has to be a nationalist” (aangehaald door Glyn
RICHARDS, The philosophy of Gandhi, Cuzon Press London 1992).
(2
Ook dit komt aan bod in Zie F. FUKUYAMA, Trust. The social
virtues and the creation of prosperity.
(29) E. GELLNER, “Aus den Ruinen des Großen Wettstreits. Bürgerliche
Gesellschaft, Nationalismus und Islam”, 46. Merkur. Deutsche Zeitschrift
für europäisches Denken 1992, (647) 653.
(30) Getuige de lezingen op het AGALEV-Kongres “Onder de warme lappendeken
van onze Vlaamse identiteit”, 8 maart 1997, i.h.b. de lezing van D.
van DAM, met verwijzing naar de franse verdediger van het zgn. post-nationalisme,
J.M. FERRY.
(31) P. SLOTERDIJK, Im selben Boot. Versuch über
die Hyperpolitik, p. 21; vgl. ook p. 63-64.
Vrijstelling : hier gegeven inlichtingen zijn geen officiële
UA standpunten en kunnen geen aanleiding geven tot eniger vordering
jegens de auteur
Disclaimer: Information provided here does not reflect official UA viewpoints nor gives rise to any claim against the author
DE TAAK VAN DE INTELLEKTUEEL IN DE HEDENDAAGSE MAATSCHAPPIJ